Lier Actueel - Lierinbeeld

×
Home Actueel Nieuws - archief Verkeersberichten Over LierActueel Contact Gebruiksvoorwaarden Website Lierinbeeld
☰ Menu

Nationale feestdag in Lier


Lier, 21 juli 2026: De viering van de nationale feestdag verliep volgens het traditionele stramien. In de Sint Pieterskapel werd het Te Deum gezongen. Nadien begeleidde de stadsharmonie Leo XIII de aanwezigen naar ‘den Engel’ het monument van de gesneuvelden in de Begijnhofstraat. De viering werd afgesloten met een ontvangst op het stadhuis, waar burgemeester Rik Verwaest toch wel een opmerkelijke toespraak hield.

Het Te Deum werd voorgegaan door pastoor Jef Leysen. Burgemeester Rik Verwaest, schepen Ilse Lambrechts, verschillende burgerlijke en militaire hoogwaardigheidsbekleders en vertegenwoordigers van vaderlandslievende verenigingen woonden dit Te Deum bij.
Nadien vertrokken de aanwezigen, voorafgegaan door de stadsharmonie Leo XIII naar het monument Den Engel waar traditioneel bloemenkransen werden neergelegd door burgemeester Rik Verwaest namens de stad, Luitenant-kolonel stafbrevethouder Fabrice Debersaques korpscommandant van het bataljon Artillerie, Raymond Pirlet in naam van de Koninklijke Verbroedering 2A-8A-RAL , Bruno Hazenbosch, namens The British Royal Legion, Nelly Baeten vanwege Verbroedering Lier 40-45 en Edith Van den Broeck uit naam van Recht&Vrijheid Lier-Koningshooikt.

Tijdens zijn gelegheidstoespraak nam burgemeester en historicus Rik Verwaest de aanwezigen mee naar 362VC. Na een aardbeving ontstond een diepe kloof op het Forum Romanum. De Romeinen deden pogingen om ze te vullen maar ze werd altijd maar dieper. Ten einde raad werden de Auguren (priester vogelwichelaars die in het oude Rome de bemiddelaars waren tussen de wereld en de goden) geraadpleegd. Zij stellen dat de kloof alleen maar kan gedicht worden wanneer de Romeinen hun kostbaarste bezit in werpen.
Rome was toen verdeeld in twee klassen: het plebs, de werkende bezitslozen, en de rijke aristocratie, de patriciërs. Beide klassen gingen op hun niveau aan slag. Het plebs werkte hard en gooide zand in kloof, maar het hielp niet. De patriciërs gooiden goud in kloof, maar het hielp niet. Er ontstonden eindeloze discussies. Volgens de patriciërs moesten de plebejers harder werken, volgens het plebs moesten de patriciërs al hun goud offeren.

Terwijl ze discussiëren wordt kloof alleen maar groter. Op het moment dat alles verloren lijkt, verschijnt jonge soldaat Marcus Curtius, die verklaart dat grootste bezit van Rome virtus is, moed van haar burgers. Volledig gewapend met de nodige ‘virtus’ springt hij met zijn paard in de kloof die zich meteen sluit.
Virtus staat voor dapperheid, niet voor individuele roem of succes, voor plichtsbesef, offervaardigheid voor het algemeen belang.

Vandaag 2.500 jaar later zitten wij met een gelijkaardig probleem. Wij zijn bezig met de federale begroting op te maken - volgens Verwaest een sadomasochistische oefening – die een put moet dichten die elke dag dieper wordt en dreigt ons allen in de diepte te sleuren. We zijn aan het discussiëren en twisten. Moeten rijken meer betalen? Moeten werkenden harder werken? Virtus lijkt ver te zoeken.
We weten dat we moeten offeren, maar we ruziën liever over wie moet offeren. We komen er alleen uit als we onze virtus tonen, als we tonen dat we durven offeren wat ons dierbaar is voor het algemeen belang.

De burgemeester besluit op een meer optimistische, Latijnse, noot: Nunc Est Bibendum!
(MSL/foto’s SDW)